Düsseldorf – Eerlijk gezegd stond de stad niet op de bucketlist. Maar als collega-fotografen naar Duitsland afreizen voor de typische gebouwen, gaan wij graag mee. Voor de fotografielocaties. Maar vooral voor de sfeer en gezelligheid. De Altstadt van Düsseldorf ligt amper op 200 kilometer van Antwerpen. In een stad die als bijnaam ‘de langste toog ter wereld’ draagt, willen we graag even rondlopen.
Düsseldorf is een stad met variatie: futuristische architectuur aan het water, knusse steegjes vol historie, kunst en een winkelstraat met veel merkwinkels buiten mijn budget. Het referentiepunt van de stad is de 240,5 meter hoge Rheinturm (Rijntoren). Waar je ook rondloopt in Düsseldorf, de zendtoren zorgt sowieso voor het juiste richtinggevoel. We belanden in de MedienHafen, de voormalige haven die tegenwoordig een paradepaardje is van moderne architectuur. Hier staan onze betonnen fotomodellen. De absolute blikvangers zijn de Neuer Zollhof-gebouwen van Frank Gehry: drie torens die elk hun eigen karakter hebben. De ene is bekleed met glanzend roestvrij staal. Die reflecteert voortdurend de omgeving waardoor de gevel mee lijkt te veranderen met de voorbij schuivende wolken. De tweede is strak wit en bijna minimalistisch. Terwijl de derde in rode baksteen is opgetrokken en meer warmte uitstraalt. Samen ogen ze alsof ze in beweging zijn – alsof de stad aan het dansen is langs de Rijn. Maar de MedienHafen is meer dan alleen Gehry. Iets verderop staat de Colorium, een kantoorgebouw van 62 meter hoog dat bedekt is met honderden gekleurde panelen. Het lijkt wel een reusachtige Tetris-toren die zich uitstrekt naar de lucht. Daarnaast staat de Roggenmühle, een oud graanpakhuis dat nu dienst doet als hotel. Tussen al dat moderne glas en staal staan nog steeds oude havenkranen en bakstenen pakhuizen. Dat contrast maakt het gebied zo uniek. Je ziet hier niet alleen de geschiedenis. Je voelt ze ook.
Altstadt
Vanuit de moderne MedienHafen is het maar een korte wandeling naar de Altstadt, het contrast is enorm. Plots stap je een wereld binnen van geplaveide straatjes, smalle steegjes en kleurrijke gevels die eeuwenoude verhalen vertellen. Het hart van de Altstadt is de Marktplatz, waar het imposante Rathaus (stadhuis) staat. Het plein bruist altijd: van marktkramen overdag tot gezellige drukte in de avonden. Niet ver daarvandaan vind je de Sankt Lambertuskerk, herkenbaar aan zijn merkwaardig gedraaide torenspits. Volgens de lokale legende is die kromgetrokken nadat er tijdens de bouw onheilig hout werd gebruikt. Binnen heerst een serene sfeer, met prachtig houtsnijwerk en glas-in-loodramen. En natuurlijk is er ook de andere kant van de Altstadt: de bruisende cafés en brouwerijen. De wijk staat niet voor niets bekend als “de langste toog ter wereld”. Hier proef je het beroemde Altbier in traditionele huisbrouwerijen zoals Uerige, Füchschen en Schumacher.
Altbier
Altbier, letterlijk ‘oud bier’, klinkt misschien als een muf en stoffig flesje uit oma’s kelder, maar dat is het niet. De naam verwijst naar de oude brouwtraditie: bovenvergisting (zoals bij de Belgische abdijbieren) in plaats van de modernere ondergisting van pils. Het resultaat: een donker amberkleurig bier met een robuuste, moutige smaak, een vleugje karamel en een droge bitterheid. Geen zoete kleverigheid, maar een stevige slok die de keel rechtop zet. De geschiedenis van het typische bier is ook het verhaal van de koppigheid van de Düsseldorfer. Het amberkleurige bier werd al in de Middeleeuwen gebrouwen. Toen de ondergistende pilsener in de 19e eeuw Europa veroverde, bleven de brouwers aan de Rijn koppig trouw aan hun oude methode. Ze perfectioneerden hun recept, verfijnden de gistingstemperaturen en gaven het bier zijn herkenbare, koperbruine gloed. Zo werd Altbier een levende traditie die tot vandaag voortleeft in de Altstad. Düsseldorfers zijn trots op hun Alt. Het is méér dan bier; het is een sociaal smeermiddel en een identiteit.
Drie P’s
Ik moet eerlijkheidshalve toegeven dat wij, Belgen, altijd extra kritisch zijn voor buitenlandse brouwsels. En zo spectaculair is dat typische Düsseldorfs bier nu ook weer niet. Lekker, maar niet wauw. Wat ik wel wauw vindt? Bob’s Rock Kitchen & Bar, een punkrockbar met een knipoog naar een underground punkrockcafé uit de jaren ’80. Bekijk het als een Hard Rock Café, maar dan inventiever. Ruwer. Hier hangen kleurrijke concertaffiches van AC/DC, Pearl Jam en de Ramones broederlijk naast elkaar. Het is een plek waar zelfs het interieur een weerspiegeling is van de harde en snelle gitaarriff. Maar uiteraard moet hier de kassa rinkelen. Vandaar dat je in Bob’s Rock Kitchen terecht kan voor de drie Düsseldorfse P’s: punk, pizza en pinten. Naast bier en gezelligheid heeft de Altstadt ook cultuur te bieden. Onze volgende halte: het K21 Ständehaus. Van buiten oogt het gebouw klassiek en statig. Een museumbezoek staat niet op de planning, maar ons fotografenleger bezet de benedenverdieping van het indrukwekkende gebouw. Het is voer voor een half uurtje creatieve fotografie. Tot slot is er het commerciële hart van Düsseldorf. De Königsallee, of gewoon “Kö”. Dit is niet zomaar een winkelstraat. Het brede kanaal in het midden, de statige bomen langs de boulevard en de luxueuze etalages geven het geheel een bijna Parijse uitstraling. Natuurlijk kun je er terecht voor high fashion en designermerken. Maar het is minstens zo leuk om mensen te kijken en de levendigheid in de drukte op te snuiven. In de zijstraten, zoals de Schadowstraße, liggen dan weer de meer toegankelijke winkels. Perfect om een (betaalbaar) souvenirtje mee naar huis te nemen. Düsseldorf in een notendop? Dat is kunst kijken, Altbier drinken en de Rijn achterna slenteren. De rest ontdek je vanzelf.
Reactie plaatsen
Reacties