Holsbeek - Het is officieel. Ik ben een macro- en insectenfotograaf. Voor één dag toch. Mijn planning is duidelijk: ik stel mij open voor zoveel mogelijk soorten fotografie. Om te ontdekken en te ervaren. Dus schroef ik mijn macrolens op het fototoestel en vergeet ik even dat kleine beestjes niet alleen op gras en bloemen kruipen, maar ook op en in broekspijpen. Vandaag zet ik het kriebelende gevoel opzij en jaag ik op prentjes van spinnen en insecten. Want kleine beestjes geven grootse prentjes.
wespspin (Argiope bruennichi)
Hermetisch afgesloten
De locatie van vandaag: het domein van het Kasteel van Horst in het Hageland. Het indrukwekkende waterkasteel staat bij mijn generatie vooral bekend als het kasteel van de Rode Ridder. Het ademt deze ochtend ook die sfeer uit. Een dunne mistlaag hangt als een sluier boven het water van de slotgracht. Mooi en sfeervol. De insectenwereld wacht ongeduldig op een streepje zon om tot leven te komen.
En dat streepje zon komt er. Gelukkig. Plots gebeurt er van alles. De eerste die daarvan profiteren, zijn de spinnen. De honderden, misschien wel duizenden spinnenwebben zijn zilveren kunstwerkjes in de ochtendzon. Alsof moeder natuur vannacht een gigantische feestversiering heeft opgehangen. In die webben zitten de wespspinnen rustig te wachten. Geen haast. Geen stress. Geen koffie nodig. Zij weten dat het ontbijt vanzelf langskomt. Zodra de eerste insecten actief worden en in het web terecht komen, gaat de inpakservice van start. Prooi in het web, spin ernaartoe, netjes verpakken en bewaren voor later. Hermetisch afgesloten van de buitenwereld.
Ook de rest van de insectenwereld krijgt stilaan de smaak te pakken. Eerst verschijnen de lieveheersbeestjes. Daarna de pyjamaschildwantsen. Deze laatste is geen agressieve jongen. Hij leeft vooral van plantensappen en is vrij makkelijk te herkennen aan zijn opvallende rood-zwarte patroon. Ze zitten vaak met meerdere bij elkaar. Voor een fotograaf is dat handig. Je hoeft niet meteen op zoek naar een ander exemplaar wanneer er eentje besluit zich te verstoppen.
lantaarntje (Ischnura elegans)
Kerstverlichting
Daarna zijn de sprinkhanen aan de beurt. We zien zuidelijke spitskopjes. Ze hebben lange, smalle lichamen, eindeloos lange voelsprieten en zijn meesters in camouflage. Dat klinkt goed tot je ze probeert te fotograferen. Dan blijken ze plots uitstekende verstoppertjes te zijn. Ook de grote groene sabelsprinkhanen zijn van de partij, zeg maar de reuzen van de sprinkhanenfamilie. Ze klauteren langzaam en onhandig via takken en blaadjes op zoek naar zonlicht.
Dan komen de juffers. De lantaarntjes zijn kleine sierlijke libellen. Meestal dicht bij het water te vinden. Ze zijn een stuk kleiner en fijner gebouwd dan de grote libellen, maar daarom niet minder fotogeniek. Hun vleugels, slanke lijf en vaak opvallende kleuren lenen zich uitstekend voor macrofotografie. De naam lantaarntje komt trouwens niet helemaal uit de lucht vallen. De mannetjes hebben aan het achterlijf een opvallend blauw gedeelte dat mooi contrasteert met de rest van hun lichaam. Een piepkleine wandelende kerstverlichting dus.
Ook de heidelibellen worden wakker. Vooral de bloedrode heidelibel trekt de aandacht. De naam geeft al een flinke hint over het uiterlijk. Het mannetje heeft een opvallend rood achterlijf, terwijl de vrouwtjes en jongere exemplaren veel minder fel kleuren. Heidelibellen zijn dankbare onderwerpen voor de macrofotograaf. Ze zijn groot genoeg om goed zichtbaar te zijn, maar klein genoeg om je scherpstelling toch een uitdaging te bezorgen. Bovendien gaan ze regelmatig op een vaste plek zitten om van daaruit opnieuw op jacht te gaan. Dat laatste is goed nieuws. Want als een insect zo vriendelijk is om telkens naar hetzelfde takje terug te keren, heb je als fotograaf plots een afspraakje. Je moet alleen zorgen dat je camera klaarstaat vóór het model terugkomt.
gele luzernevlinder (Colias hyale)
Sportief model
Vliegen zijn fotogeniek. Dat klinkt misschien als een uitspraak die ik zelf nog even moet verwerken, maar het is waar. Een dambordvlieg bijvoorbeeld ziet er van dichtbij verrassend mooi uit. De typische tekening op het achterlijf doet denken aan een klein schaakbord en door een macrolens krijg je plots details te zien die je met het blote oog nauwelijks opmerkt. Dat is misschien wel het leukste aan macrofotografie. Je ontdekt een wereld die er altijd al was, maar waar je normaal gewoon overheen kijkt. Een vlieg op een bloem wordt door een macrolens een model met een ingewikkeld kapsel, glimmende ogen en meer haar dan ik nog op mijn hoofd heb.
Wanneer de zon wat hoger klimt, wordt het helemaal feest. De vlinders komen uit hun schuilplaatsen en beginnen aan hun dagelijkse ronde. We zien een bruin blauwtje, een kleine vuurvlinder, een landkaartje en een gele luzernevlinder. Vier totaal verschillende verschijningen en stuk voor stuk kleine juweeltjes. De gele luzernevlinder springt meteen in het oog. Met zijn gele vleugels lijkt hij speciaal ontworpen om fotografen het leven moeilijk te maken. Hij vliegt snel, blijft zelden lang stilzitten en wanneer je eindelijk scherp gesteld hebt, besluit hij dat de bloem ernaast toch interessanter is. De gele luzernevlinder is een trekvlinder die in België vooral in de warmere maanden te zien is. Hij houdt van open bloemrijke gebieden, zoals in het park van het Kasteel van Horst, en bezoekt graag verschillende soorten bloemen. Het geel van de vleugels steekt mooi af tegen een mix van jong groen en verdroogd gras. En dus begint het klassieke macrospelletje. Vlinder zoeken. Camera richten. Scherpstellen. Vlinder weg. Opnieuw. Vlinder zoeken. Camera richten. Scherpstellen. Vlinder weg. Iets heel onbeleefd mompelen en dan, eindelijk: klik. Een mens zou er bijna sportief van worden.
Zonder deadline
Wie denkt dat macrofotografie vooral een kwestie is van een goede macrolens, heeft gelijk. Gedeeltelijk, toch. Het belangrijkste onderdeel van heel de activiteit? Geduld. Insecten hebben geen enkele reden om rekening te houden een fotografenplanning. Ze hebben geen idee dat je speciaal om half zes voor hen bent opgestaan. Ze kennen geen deadline. En ze hebben al helemaal geen boodschap aan het feit dat jij nog drie andere soorten op je lijstje hebt staan.
Ik probeer zo laag mogelijk bij de grond te komen. Liefst op ooghoogte met de beestjes. Dat levert een natuurlijk beeld op en zorgt ervoor dat de achtergrond rustig blijft.
De achtergrond is belangrijk. Een mooi insect tegen een drukke achtergrond blijft een drukke foto. Soms is het beter om een stapje opzij te zetten in plaats van nóg dichter bij je onderwerp te kruipen.
En dan is er de scherptediepte. Bij macrofotografie is die flinterdun. Letterlijk een paar millimeter kunnen het verschil maken tussen een haarscherp insect en een artistieke, wazige interpretatie van een insect. Focus op de ogen. Of minstens op het hoofd. Een haarscherp achterlijf met een wazige kop oogt niet mooi.
Bij bewegende insecten helpt een korte sluitertijd. Zeker wanneer er wat wind staat en het bloemetje waarop je model zit voortdurend heen en weer beweegt. Een beetje extra ISO is dan vaak een betere keuze dan een foto met bewegingsonscherpte. Je kunt achteraf nog altijd wat ruis wegwerken. Een bewogen foto is een stuk moeilijker te redden.
pyjamaschildwants (Graphosoma italicum)
Het grote verhaal
Misschien wel de belangrijkste tip: kijk eerst. Niet meteen door de zoeker. Gewoon kijken. Waar zitten de insecten? Waar valt het licht mooi? Welke achtergrond werkt? Waar komen de vlinders telkens terug? Zodra je dat doorhebt, wordt fotograferen een stuk makkelijker. Soms toch.
Dat geldt trouwens voor zowat elke vorm van fotografie. Ook bij mijn vorige uitstap als roofvogelfotograaf bleek dat je de dieren beter leert fotograferen wanneer je eerst begrijpt wat ze doen. En ook daar geldt: kijk niet alleen naar het onderwerp, maar naar het hele beeld. Voor- en achtergrond vertellen een belangrijk deel van het verhaal.
Na een paar uur rond het kasteel te vertoeven, heb ik een indrukwekkend lijstje beestjes verzameld. Spinnen, lieveheersbeestjes, wantsen, sprinkhanen, vliegen, lantaarntjes, heidelibellen en vlinders. Niet slecht voor iemand die vanmorgen nog officieel géén insectenfotograaf was. Ergens onderweg vergat ik zelfs dat er beestjes op mijn broek kropen. Dat is misschien nog wel de grootste overwinning van de dag.
Of ik vanaf nu definitief macro- en insectenfotograaf ben? Geen idee. Voorlopig zie ik wel waar dit avontuur me brengt. Want wie eenmaal door een macrolens naar de insectenwereld heeft gekeken, ziet vanaf dan ook thuis van alles bewegen.
En dat is misschien niet helemaal de bedoeling.
Met dank aan het professionele advies en de tips & tricks van Bart Moens van Beautiful Moments Photography!
Reactie plaatsen
Reacties