Budapest – Twee steden, één hoofdstad en een rivier die de boel netjes in tweeën knipt. Aan de ene kant Buda, aan de andere kant Pest. En aangezien wij maar 48 uur hebben, doen we wat elke zichzelf respecterende toerist doet: geen tijd verliezen, stapschoenen aantrekken en zoveel mogelijk zien voordat onze benen officieel ontslag nemen.
Groot, groter,…
We beginnen aan de Pest-kant. Niet toevallig, want daar staat een complex waar je moeilijk naast kunt kijken: het Hongaarse parlement. Het bouwwerk ligt majestueus aan de Donau en is zonder twijfel een van de blikvangers van Budapest. Het gebouw werd in 1904 voltooid en is met zijn neogotische torens, koepel en eindeloze hoeveelheid details een staaltje architecturaal overdrijven waar wij alleen maar bewonderend naar kunnen kijken.
Het parlement telt maar liefst 691 kamers. Zeshonderdeenennegentig. De koepel is bijna 96 meter hoog. Die 96 is geen toeval: Hongarije herdacht daarmee de komst van de Magyaren in 896. Het pand is bovendien geïnspireerd door het Palace of Westminster in Londen. Alleen hadden de Hongaren blijkbaar gedacht: mooi, maar kan het nog een beetje groter? En ja hoor. Aan de overkant van de Donau, vanaf Buda, krijg je trouwens misschien wel het mooiste zicht op het parlement. Maar ook van dichtbij is het indrukwekkend.
Schoenen
Even verderop aan de Donaukade verandert de sfeer volledig. Daar staan de Schoenen op de Donaukade, een monument van de Hongaarse kunstenaars Gyula Pauer en Can Togay. Tientallen gietijzeren schoenen, verspreid langs de rivier, herinneren aan de Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Hongaarse fascistische Pijlkruisers werden geëxecuteerd. De slachtoffers moesten hun schoenen uittrekken omdat die nog geld waard waren. Daarna werden ze neergeschoten en vielen ze in de rivier.
De schoenen zijn klein, groot, elegant, versleten... alsof hun eigenaars ze een paar minuten geleden nog hebben uitgetrokken. Een strategisch geplaatste bloem ter nagedachtenis maakt de herdenking compleet. Het monument heeft geen grote woorden nodig. Je staat er stil. Je kijkt. En voor één keer hebben wij, twee wandelende toeristen met een camera, geen behoefte om er een grapje tegenaan te gooien.
Vrijheidsplein
Van de Donau wandelen we richting Vrijheidsplein, of Szabadság tér. Het plein heeft een verhaal dat perfect past bij Centraal-Europa: politiek, oorlog, revolutie, bezetting en uiteindelijk vrijheid.
Rond het plein staan statige gebouwen, waaronder de voormalige Amerikaanse ambassade en de Hongaarse Nationale Bank. Ook hier vind je verschillende monumenten die herinneren aan het turbulente verleden van Hongarije.
Budapest is een stad waarin je dat voortdurend merkt. Je loopt geen vijf minuten of je botst op een gebouw, standbeeld of monument dat je eraan herinnert dat dit land de voorbije eeuw bepaald geen saaie geschiedenisles heeft gehad.
Rock ‘n’ Buda
En dan wordt het tijd voor een onderwerp dat eigenlijk in elke reisgids zou moeten staan onder de noemer cultureel erfgoed voor mannen met een gezonde interesse in muziek. Want geef toe: je kunt naar Budapest reizen, het parlement bekijken, historische monumenten bezoeken en 17.000 foto's maken van de Donau... maar als er een Hard Rock Café in de buurt is, moet je daar natuurlijk binnen. Even kijken of er nog een leuk souvenir te scoren valt.
Onze muzikale missie stopt niet bij het Hard Rock Café. We gaan vandaag voor het echte werk. We duiken Wave Records binnen, een traditionele platen- en cd-winkel die wordt gerund door bijzonder enthousiaste muziekliefhebbers. En dat voel je meteen. Dit is geen winkel waar iemand achter de kassa zit te wachten tot zijn shift erop zit. Hier lopen mensen rond die daadwerkelijk weten waarover ze praten. Vinyl, cd's, oude releases, bijzondere vondsten. Wave Records heeft op ons hetzelfde effect als een snoepwinkel op een hongerige kleuter...
Voor iemand die al sinds de jaren tachtig een zwak heeft voor muziek met een flinke gitaarriff, is zo'n winkel bovendien gevaarlijk terrein. Je weet nooit wat er in die bakken zit. En vooral: je weet nooit wat je eigenlijk nog niet wist dat je zocht.
Heldenplein
We sluiten de wandeldag af op het Heldenplein, of Hősök tere, een van de bekendste pleinen van Budapest. Een plek waar Hongarije zijn geschiedenis nogal letterlijk op een voetstuk heeft gezet.
Centraal staat het Millennium Monument, gebouwd ter gelegenheid van de duizendste verjaardag van de komst van de Magyaren in 896. Boven op de hoge zuil staat normaal gezien aartsengel Gabriël, met in zijn handen de Hongaarse kroon en een dubbel kruis. Normaal gezien. Want vandaag is Gabriël niet thuis. De brave man stond niet op zijn sokkel, maar bleek tijdelijk verwijderd te zijn voor restauratie. En dat levert toch een wat vreemd beeld op: een gigantisch monument, tientallen historische figuren netjes opgesteld en bovenaan... niks.
Het plein zelf is indrukwekkend. Aan weerszijden staan de zuilengalerijen met beelden van Hongaarse koningen, vorsten en historische figuren. Wie hier zijn geschiedenis niet kent, ziet vooral veel standbeelden. Wie zich er een beetje in verdiept, ontdekt dat het plein eigenlijk een soort driedimensionale samenvatting van het Hongaarse verleden is.
En dat is misschien maar goed ook. Met slechts 48 uur in Budapest laten we de volledige geschiedenisles maar voor wat ze is. Dus bekijken we de beelden, maken we foto's en nemen we genoegen met de vaststelling dat Gabriël vandaag even geen vleugelslag hoeft te leveren. Hij komt wel terug. Want een Heldenplein zonder engel op zijn hoogste punt is toch een beetje zoals een Hard Rock Café zonder burgers en bier.
Pest in één dag? Dat lukt. Maar alleen als je het tempo van een overenthousiaste toerist combineert met de wandelbenen van een pelgrim. Morgen? Dan steken we de Donau over. Naar Buda. Daar wacht een brug, een kasteelheuvel, een kerk, een bastion en een kleine verzameling vreemde mannetjes en beestjes die ergens tussen de straatstenen verstopt zitten. Dat laatste klinkt veelbelovend. En dat is het ook.
Reactie plaatsen
Reacties