Drijven in de Dode Zee. Het staat al jaren op mijn verlanglijstje, en nu we toch in de buurt zijn, móét het gebeuren. Midden tussen Jordanië en Israël, bijna 430 meter onder zeeniveau, ligt dit wereldberoemde zoute meer. Het landschap oogt bijna buitenaards: ruige bergen, dorre, kale vlaktes en een wateroppervlak dat glinstert alsof het van glas is, omzoomd met een ruwe, witte rand. Een rand van zout.
Wanneer ik het water in stap, verwacht ik dat ‘moeiteloos drijven’ een vorm van instant ontspanning zal zijn. De realiteit is hilarisch: het water duwt me alle kanten op. Zwemmen lukt niet, je drijft of je drijft. Tegenwringen maakt het alleen maar erger. Zodra ik me laat meevoeren, komt er een soort rust over me heen.
Natuurlijke scrub
De Dode Zee is extreem zout, ongeveer tien keer zo zout als een gewone zee. Geen wonder dat er niets in leeft, behalve drijvende toeristen. Mijn huid tintelt en prikt, alsof het water een natuurlijke scrub is.
Het water bevat mineralen zoals magnesium, natrium en kalium. Die worden al eeuwen gebruikt om hun helende werking. Ik smeer me in met de beroemde zwarte modder, een traditie die iedereen hier lijkt te volgen. Binnen no-time lijk ik op een aardewerken beeld, maar mijn huid voelt daarna verrassend zacht. Het is wellness met een geurtje. Je zou bijna vergeten dat dit niet gewoon een grote wellness is, maar een ernstig bedreigde natuurlijke schat.
Waterstanden
Tijdens de wandeling naar het strand kom ik bordjes tegen met oude waterstanden. Het wordt een deprimerende wandeling. Het waterpeil daalt jaarlijks meer dan een meter. Dat zie je. Het strand schuift steeds verder op.
De oorzaken zijn duidelijk zichtbaar in het landschap en in het nieuws: klimaatverandering, het wegpompen van water uit de Jordaanrivier voor industriële activiteiten. Zinkgaten verschijnen langs de kust, hotels raken letterlijk verder van het water verwijderd en natuurgebieden verdwijnen.
Het ooit zo ambitieuze ‘Red Sea–Dead Sea Project’, dat de Dode Zee via een 180 kilometer lange pijpleiding met de Rode Zee moest verbinden, is inmiddels verleden tijd. In 2021 werd het plan definitief afgeblazen: te duur, te belastend voor het milieu en veel te veel politieke frictie.
Wanneer ik over het glinsterende water uitkijk, voelt het alsof ik naar iets kostbaars kijk dat langzaam verdwijnt.
Sodom & Gomorra
Op een figuurlijke steenworp van de Dode Zee ligt Mount Nebo. Voor sommigen een heilige plek. Op 817 meter boven zeeniveau bevind ik me midden in een verhaal dat al duizenden jaren wordt verteld. Volgens de Bijbel is dit de plek waar Mozes voor het eerst het Beloofde Land ziet, maar het zelf nooit zal betreden.
De top is druk met pelgrims, toeristen, fotografen en gidsen. Maar zodra ik naar het uitzicht kijk, valt alles even stil. Voor me ligt de Dode Zee, de Jordaanvallei, Jericho en Jeruzalem. Het landschap voelt bijna als een open geschiedenisboek. Volgens de overlevering waren vanaf deze berg ooit ook Sodom en Gomorra te zien, de twee steden die volgens de Bijbel met vuur en zwavel werden vernietigd omdat ze, ik citeer “bol stonden van seksuele immoraliteit en tegennatuurlijke begeerten.”
Slangenkruis
Mount Nebo is niet alleen spiritueel indrukwekkend; het is ook een kunstzinnige plek. De Basiliek van Mozes staat op de resten van een oude Byzantijnse kerk en binnen zie ik mozaïeken die zo levendig zijn dat je bijna vergeet hoe oud ze zijn. Tafereeltjes met dieren, jacht en symboliek. Alsof de kunstenaars uit de 6e eeuw je nog steeds iets willen vertellen.
Buiten staat het iconische Bronzen Slangenkruis van Giovanni Fantoni. De constructie kronkelt sierlijk omhoog, een krachtig symbool dat de koperen slang van Mozes en het kruis van Christus samenbrengt.
Mount Nebo voelt als een plek waar geschiedenis, geloof en natuur precies op de juiste manier samenkomen. De grote drukte bij deze toeristische magneet krijg je er gratis en voor niets bij.
Reactie plaatsen
Reacties