Lunteren (NL) – Het is officieel: ik ben een roofvogelfotograaf. Voor één dag toch. Het is niet langer een geheim: ik heb me voorgenomen om me open te stellen voor zo veel mogelijk soorten fotografie. Om te ontdekken en te ervaren. Deze keer test ik de limieten van mijn fototoestel én van mezelf en probeer ik perfecte plaatjes van roofvogels te maken. Of beter gezegd: ik doe een poging tot. Dus: batterijen opgeladen, geheugenkaarten leeg, telelens gemonteerd en gaan met de banaan.
Roofvogels hebben iets magisch. Ze stralen kracht uit en hebben elke beweging gezien. Bovendien zijn het geen makkelijke modellen. Ze vliegen snel, veranderen onverwacht van richting en beslissen zelf wanneer ze willen meewerken. Juist dat maakt het zo boeiend. Dat ze zich vandaag presenteren alsof ze op een catwalk lopen, maakt de opdracht een beetje eenvoudiger. Dat dacht ik toch …
jonge oehoe
Biddende koning
Van alle vogels die vandaag voor mijn lens verschijnen, blijft de torenvalk een persoonlijke favoriet. Niet omdat hij de grootste of meest indrukwekkende roofvogel is maar omdat hij zo elegant jaagt.
Iedereen heeft hem wel al eens zien ‘bidden’. Hoog boven een berm of akker hangt hij schijnbaar bewegingloos in de lucht, terwijl zijn vleugels razendsnel slaan. Zijn blik is volledig gericht op de grond. Daar speurt hij naar muizen, insecten en andere kleine prooien. Zodra hij iets ziet bewegen, duikt hij bliksemsnel naar beneden.
Hoewel de torenvalk vrij algemeen voorkomt in Vlaanderen, krijg je hem zelden van zo dichtbij te zien. Tijdens de workshop poseert een jong exemplaar op een paal, mooi omringd door een bed van korenbloemen en klaprozen. Dat levert geen spectaculaire actiefoto’s op, maar wel een mooi plaatje. De omkadering is bij vogelfotografie immers bijna even belangrijk als het beestje zelf. Het perfecte beeld bestaat uit vogel én decor.
Stille reus
Als de torenvalk elegantie uitstraalt, dan straalt de oehoe pure kracht uit. Met een spanwijdte tot bijna twee meter behoort hij tot de grootste uilen ter wereld. Toch vliegt hij bijna geruisloos. Niet ideaal als je een muis, rat, konijn of duif bent. Alles wat minder dan drie kilo weegt, zit in de gevarenzone. Zelfs katten staan op het menu van de oehoe.
Ik krijg zowel een jonge als een volwassen oehoe voor de lens. De jonge vogel heeft nog iets onbeholpen over zich. Hij komt wat onhandig aangelopen. De grote, oranje ogen focussen op het stukje vlees dat op hem wacht. De jonge oehoe lijkt een beetje op een knuffelbeer met grote vleugels, maar zijn imposante klauwen nodigen absoluut niet uit om te knuffelen.
De volwassen oehoe eist meteen alle aandacht op. Die feloranje ogen volgen je voortdurend. Je hebt bijna het gevoel dat hij jou observeert, terwijl jij denkt hem te fotograferen.
Oehoes leven vooral in rotsachtige gebieden, steengroeven en uitgestrekte bossen. Dankzij succesvolle beschermingsprojecten duiken ze opnieuw op in België, vooral in het zuiden van het land. Een mooie evolutie voor een soort die het jarenlang moeilijk heeft gehad.
Europese zeearend
Vliegende koning
En dan verschijnt de absolute gigant van de dag: de Europese zeearend.
Met een spanwijdte van ruim twee meter is dit zonder twijfel een van de indrukwekkendste roofvogels van Europa. Hij wordt niet voor niets de ‘vliegende koning’ genoemd. Terwijl kleinere roofvogels nerveus en snel door de lucht schieten, lijkt een zeearend haast moeiteloos op de wind te zweven.
Zijn leefgebied ligt vooral rond grote meren, rivieren en kustgebieden, waar hij jaagt op vissen en watervogels. Maar hij is ook niet te beroerd om af en toe een gratis maaltijd mee te pikken. Een dode vis of een karkas laat hij zelden liggen.
Wanneer zo'n gigant recht op je af komt vliegen, besef je pas hoe indrukwekkend de natuur kan zijn. Mijn camera blijft klikken, maar mijn ogen willen soms gewoon genieten.
hop
Nog modellen
Alsof deze drie toppers nog niet genoeg zijn, verschijnt er een hele reeks andere prachtige soorten.
Een jonge kerkuil, met zijn typische hartvormige gezicht, heeft zich verstopt in de opening van een boom. Na de fotoshoot maakt het beestje duidelijk dat hij niet opgezet is met al die aandacht. Hij valt twee fotografen aan. Ik ben één van de twee. Het uiltje moet nog flink groeien, dus de aanval heeft weinig impact.
Twee jonge Amerikaanse torenvalkjes kijken vanop een afstand toe en bewijzen dat je geen grote roofvogel hoeft te zijn om indruk te maken.
Een giervalk zet de aanval in. In een steile duik jaagt hij zijn prooi na, met een topsnelheid van zo'n 200 kilometer per uur. Veel te snel voor een fotograaf met een bejaarde spiegelreflexcamera. Pas wanneer de jacht erop zit en de maaltijd wordt opgediend, krijg ik hem scherp in beeld.
De steenuil, een oude bekende uit een van mijn vorige blogs, kijkt met zijn karakteristieke frons opnieuw streng de wereld in. De Amerikaanse zeearend laat zien waarom hij hét nationale symbool van de Verenigde Staten is. Een rode wouw zweeft sierlijk door de lucht met zijn diep gevorkte staart.
Ook de hop verschijnt voor de lens. Geen roofvogel, maar wel een aangename verrassing. Met zijn opvallende kuif lijkt hij eerder uit een tropisch regenwoud te komen dan uit Europa. En alsof de lijst niet indrukwekkend genoeg is, poseert er ook nog een sneeuwuil. Zijn sneeuwwitte verenkleed en indringende gele ogen maken hem zonder twijfel tot een van de meest fotogenieke vogels van de dag.
Amerikaanse zeearend
Tips & tricks
Zo’n workshop draait natuurlijk om fotografie. Je leert omgaan met snelle autofocus, korte sluitertijden en het volgen van vogels in vlucht. Maar minstens even belangrijk is dat je de dieren beter leert kennen. Door te begrijpen hoe ze leven en jagen, leer je ook beter anticiperen op hun gedrag. En dat levert uiteindelijk de mooiste foto’s op.
Aan het einde van de dag ga ik naar huis met een geheugenkaart vol beelden en een paar stijve armen van het sleuren met kilo’s fotomateriaal.
Zo’n workshop levert niet alleen mooie foto’s op, maar ook een paar waardevolle lessen. Of, zoals een televisiekok het zo mooi samenvatte: wat hebben we vandaag geleerd?
Zit de vogel op de grond? Ga dan zo laag mogelijk zitten. Of nog beter: ga plat op je buik liggen. Een roofvogel die op de grond zit, fotografeer je het best op ooghoogte. Van bovenaf lijkt hij klein en verdwijnt hij in zijn omgeving. Vanop de grond krijgt hij veel meer uitstraling en ogen de foto’s meteen een stuk indrukwekkender. Je kleren worden er misschien niet properder op, maar je foto’s wel mooier.
Kijk niet alleen naar de vogel. Kijk ook naar de voor- en achtergrond. Een foto bestaat niet alleen uit het onderwerp. De omgeving vertelt mee het verhaal. Een rustige, egale achtergrond laat de vogel alle aandacht opeisen, terwijl storende takken, paaltjes of felle kleuren net afleiden. Voor je afdrukt, kijk je dus best even verder dan alleen die indrukwekkende roofvogel.
Ook de richting waarin een vogel kijkt of vliegt, maakt een wereld van verschil. Geef hem wat ruimte in die kijk- of vliegrichting. Zo krijgt de foto letterlijk ademruimte en oogt het beeld veel natuurlijker dan wanneer de vogel tegen de rand van het kader botst.
En ten slotte: wees gul met je sluitertijd. Roofvogels zijn razendsnel. Een sluitertijd van 1/2000 seconde (voor sommige soorten zelfs tot 1/4000 seconde) is geen overbodige luxe wanneer je scherpe vluchtbeelden wilt maken.
Of alleen die tips helpen vanaf de eerste foto? Was het maar waar. De vogels hebben hun eigen agenda en houden zelden of nooit rekening met de mijne. En eerlijk is eerlijk: ook de jaren beginnen zich stilaan te laten voelen. Mijn ogen zijn niet meer zo razendsnel en scherp als vroeger en mijn reflexen kiezen nét dat ene beslissende moment uit om op pauze te gaan.
Juist dat maakt het zo spannend en verslavend..
Reactie plaatsen
Reacties