Sommige fietsroutes hebben klinkende namen. De Ronde van Vlaanderen. De LF Schelderoute. De Trappistenroute. De Vlaanderenroute. En wij? Wij rijden de Pagadderroute, een route die niet bestaat. Dus hebben we ze zelf maar gemaakt.
Drie dagen. Van het Kasteel van Brasschaat naar de meest Vlaamse stad van Nederland: Hulst. Met een tussenstop in Sint-Niklaas (of juister: Nieuwkerken-Waas). Goed voor ruim 130 kilometer fietsplezier, een paar terrassen, een stevige portie zon en nét genoeg omwegen om achteraf te kunnen zeggen dat het allemaal bewust en gepland was.
Dag 1
De tocht begint waar zowat al onze tochten beginnen: aan het Kasteel van Brasschaat. Via het Peerdsbos fietsen we richting Merksem, om vervolgens Antwerpen binnen te rijden via Park Spoor Noord. De skyline rond het MAS blijft toch altijd iets hebben. Oude en nieuwe grandeur. Gezellige drukte.
Nog voor de Kennedytunnel het verkeer opslokte en de rest van de stad stilstond op de Ring, wandelden de Sinjoren onder de Schelde door. Op 10 september 1933 ging de Sint-Annatunnel officieel open: een staaltje ingenieurskunst dat vandaag nog altijd indruk maakt. Met zijn 572 meter is de tunnel geen eindeloze tocht, maar lang genoeg om even los te komen van de drukte van de stad. De tunnel ademt nog steeds de jaren ’30. Voetgangers zijn hier koning, maar wie maximaal 5 km/u rijdt, is als fietser ook welkom. We proberen de slakkengang te respecteren.
Vanaf Linkeroever wordt het rustiger. Via het Galgenweel laten we de stad langzaam maar zeker achter ons. Het fietspad loopt parallel met het treinspoor. Treinen razen voorbij, terwijl wij ons eigen tempo kiezen. Geen haast. Alleen trappen.
Af en toe een kleine afwijking. Want een terras dat toevallig op de route ligt, daar kun je moeilijk straal voorbij rijden. Dat zou onbeleefd zijn.
Na 46 kilometer en bijna drie uur fietsen rollen we Sint-Niklaas binnen. Moe? Een beetje. Tevreden? Absoluut.
Fietsknooppunten: 32 – 33 – 34 – 78 – 79 – 26 – 56 – 19 – 57 – 27 – 31 – 99 – 53 – 50 – 52 – 7 – 6 – 5 – 71 – 88
Geplande afstand: 35,2 km
Effectieve afstand: 46 km (inclusief fout rijden, terras zoeken, …)
Fietstijd: 2 u 48 min
Dag 2
Het is 7:15 uur en de meisjes willen de zwemvijver nog eens uittesten. We verblijven in B&B Den Buiten, bij Dirk en Denis, op een prachtig domein met alles erop en eraan. Dus ook een zwemvijver. ‘Uittesten’ is niet helemaal het juiste woord. Dat deden ze exact een jaar geleden al. Intussen zwemmen ze mooi synchroon. Naar het schijnt hebben ze daar voor moeten oefenen. Een mens zou bijna denken dat er een olympische carrière in de maak is.
Na het ontbijt krijgen we van Dirk en Denis nog een pakket vers gebakken pannenkoeken mee. Voor onderweg. Want een fietstocht zonder bevoorrading is natuurlijk gewoon een slecht voorbereid avontuur.
En nu gaan we trappen.
Via de fietsknooppunten trekken we richting Hulst, met een culturele tussenstop bij de Verbeke Foundation. Een plek voor kunst met een hoek af. Toevallig mijn favoriete soort. Moderne kunst moet je trouwens niet altijd begrijpen. Soms volstaat het om er gewoon tussen te wandelen, te kijken en je te laten verrassen.
Het kaarsrechte traject tussen knooppunten 80, 81 en 82 volgt grotendeels de Stekense Vaart en het parallel lopende jaagpad. Geen bocht te bespeuren. Alleen een lange, groene lijn die zich voor ons uitstrekt. De zon mag dan branden, hier heerst een aangename koelte. Alsof de natuur zelf beslist heeft om een gigantische parasol boven het fietspad te hangen.
Het is zonder twijfel het mooiste en meest sfeervolle stuk van onze Pagadderroute.
Na de pannenkoekenpauze volgen we het rechte spoor richting Hulst. De imposante Sint-Willibrordusbasiliek torent boven de stad uit, terwijl wij over de eeuwenoude vestingwallen wandelen en de geschiedenis even het tempo laten bepalen.
En natuurlijk gaan we op zoek naar de Pagadders. Die kleine bronzen deugnieten geven Hulst iets speels. Je merkt meteen dat ze bedoeld zijn om kinderen op ontdekking te sturen. Al betrappen ook volwassenen zichzelf erop dat ze uitkijken naar het volgende beeldje. Want geef toe: een beetje speurwerk blijft leuk.
De naam Pagadder zou teruggaan tot het Spaanse pagador, een woord dat door de eeuwen heen verbasterde tot een benaming voor een guitige deugniet. Vandaag zijn de Pagadders van Hulst vooral nieuwsgierige bronzen kwajongens die je spelenderwijze door de stad loodsen.
De terugweg naar Sint-Niklaas heeft helaas minder schaduw in petto. Waar we deze morgen nog onder een groen bladerdak reden, krijgen we nu de zon vol op de fietshelm. Geen boom die medelijden heeft. Alleen de kilometers die langzaam onder de banden verdwijnen.
Na 48 kilometer voelt een koud drankje dan ook minder als een luxe en meer als een noodzakelijke medische behandeling.
Fietsknooppunten: 88 – 77 – 78 – 39 – 82 – 81 – 80 – 50 – 52 – 49 – 52 – 50 – 51 – 73 – 53 – 75 – 74 – 72 – 2 – 71 – 88
Geplande afstand: 37,1 km
Effectieve afstand: 48,1 km (inclusief Verbeke-omweg, terras zoeken, …)
Fietstijd: 3 u 10 min
Dag 3
Opnieuw begint de dag met synchroon zwemmen voor dames. We sluiten deze keer het ontbijt af met pannenkoeken. En smeren de benen in voor de derde fietstocht in evenveel dagen.
De bandenspanning wordt gecontroleerd, de fietszakken worden vastgemaakt en we zijn weer vertrokken. Aan elke fietsvakantie, hoe kort ook, komt ooit een einde. Zelfs aan eentje met perfecte bevoorrading en onverwacht veel terrasverleidingen.
We volgen onze heen route in omgekeerde volgorde. Al is ‘volgorde’ in ons geval een rekbaar begrip. In Antwerpen lonkt de Waalse Kaai. Een stukje off road. Een aanlokkelijk terras is een kleine omweg waard. Dat is geen afwijking. Dat is een koerscorrectie.
Rond Het Steen is het gezellig druk. Aan het MAS genieten mensen van de zomer en in het Bonapartedok springen zwemmers vrolijk het water in. Antwerpen leeft. Zeker wanneer de zon besluit om nog een tandje bij te steken.
Via Park Spoor Noord, Merksem en het Peerdsbos keren we uiteindelijk terug naar ons vertrekpunt van drie dagen eerder. Aan het Kasteel van Brasschaat bruist het park van het leven. Wandelaars, gezinnen, kinderen in de speeltuin, een balletje minigolf... Iedereen lijkt de zomer op zijn eigen manier te vieren.
Na 133 kilometer eindigt onze zelfbedachte Pagadderroute waar ze begon. Nu met een glimlach, vermoeide benen en een hoofd vol verhalen.
Geen officiële route. Geen keurmerk. Geen applaus van de wielerbond. De Pagadderroute bestaat misschien niet. Maar voor ons bestaat ze wel. Want de mooiste routes zijn soms niet degene die netjes op een kaart staan. Het zijn degene die je zelf maakt.
Ergens onderweg hebben we zelfs even die kleine pagadder in onszelf gevonden. Eentje met een grijze baard.
Fietsknooppunten: 88 – 71 – 5 – 6 – 7 – 52 – 50 – 53 – 99 – 31 – 27 – 57 – 19 – 56 – 26 – 79 – 78 – 34 – 33 – 32
Geplande afstand: 35,2 km
Effectieve afstand: 39,3 km (inclusief terras zoeken, …)
Fietstijd: 2 u 43 min
Reactie plaatsen
Reacties