Welkom in het volgende hoofdstuk van ons Vietnam-reisdagboek. We verblijven in Hoi Chi Minh-Stad, de grootste stad van Vietnam. Na Hanoi dachten we voorbereid te zijn op het Vietnamese verkeer. Fout. Heel fout. Ho Chi Minh City, vroeger Prey Nokor, daarna Saigon en vandaag de grootste stad van Vietnam, speelt gewoon in een andere divisie. Hier wonen zo'n 9,8 miljoen mensen. Dat is een indrukwekkend cijfer. Nog indrukwekkender: er rijden meer dan 11 miljoen scooters en motorfietsen rond. Meer brommers dan inwoners, dus.
Boeken à volonté
Ik weet niet wie de statistieken heeft opgesteld, maar ik vermoed dat zelfs de pasgeborenen hier al met een helm op uit de materniteit komen. Het verkeer lijkt complete anarchie. Geen regels, geen logica, alleen een onafgebroken stroom van scooters die van alle kanten tegelijk komt. En toch zien we dezelfde procedure als in Hanoi: na een kwartiertje begin je het systeem te begrijpen. Na een half uur steek je voorzichtig een straat over en na een uur doe je dat zonder eerst je testament na te lezen.
De stad leeft. Altijd. Ho Chi Minh City slaapt volgens mij nooit. De ene straat bruist van de streetfood, de volgende lijkt een openluchtgarage en vijf minuten later wandel je plots een verrassend rustige boekenstraat binnen. De Hai Bà Trưng Books Street is zo'n plek waarvan je hoopt dat ze nooit verandert. Boekhandels, kleine koffiebars en mensen die nog echt de tijd nemen om te bladeren. Geen schreeuwerige souvenirwinkels, maar een oase van rust tussen het voortdurende gebrom van miljoenen motoren. Even verder wandelen we naar het prachtige Central Post Office. Franse koloniale grandeur, hoge plafonds en nog altijd een postkantoor. Recht voor het postkantoor kunnen we niet naast de Notre-Damekathedraal kijken. Helaas staat die volledig in de steigers. Jammer, het was één van de kathedralen die we absoluut wilden bekijken. Zelfs monumenten hebben af en toe een onderhoudsbeurt nodig.
Eier-rock-'n-roll
Sommige reisgidsen vertellen over verborgen tempels of geheime rooftopbars. Ik vertel liever over de eierman. Plots verschijnt hij tussen het verkeer. Op een scooter. Uiteraard op een scooter. Tientallen kartons eieren balanceren op de brommerconstructie. Deze man vervoert een halve kippenindustrie zonder één ei te breken. Respect. Dat respect krijgt een flinke knauw wanneer we hem even later de lege eierkartons gewoon langs de straat zien dumpen. En druppelt daar ei uit? Toch een eitje gebroken? Zelfs eier-rock-'n-roll heeft zijn grenzen.
We reizen 1 dag nog meer naar het zuiden. Na alle hectiek voelt de Mekongdelta alsof iemand de volumeknop van de wereld een paar standen lager draait. Bootje. Palmbomen. Rust. En vooral mensen die nog leven volgens het ritme van de rivier. We drinken kokoswater uit een verse kokosnoot, zien hoe de bekende kokossnoepjes worden gemaakt, proeven honing en wandelen langs winkeltjes waar krokodillenleder wordt verkocht. De Mekong probeert niemand te imponeren. Ze doet gewoon haar ding. Misschien is dat net haar grootste charme.
Vietnam en koffie. Dat is een liefdesverhaal. Geen haastwerk, maar een ritueel. Tijdens een workshop leren we hoe je echte Vietnamese koffie zet. Met zo'n klein metalen filtertje dat druppel per druppel zijn werk doet. Geduld. Nog wat geduld. Het resultaat: een kop koffie die zelfs Lemmy van Motörhead nog een paar uur wakker had gehouden.
We trekken opnieuw de stad in. De roze kerk blijkt nog fotogenieker dan Instagram doet vermoeden. De boekenstraat krijgt een tweede bezoek. Sommige plekken verdienen dat gewoon en daarna wandelen we het Museum of Fine Arts binnen. Prachtig gebouw. Mooie collectie. En overal dezelfde boodschap. "No pictures, please." Niet nadenken over sluitertijden. Niet over compositie. Gewoon kijken.
Apen à volonté
Onze laatste uitstap brengt ons naar Can Gio. Monkey Island. Een naam die klinkt alsof je een schattige kinderboerderij gaat bezoeken. Niet dus. De apen gedragen zich alsof ze het eiland hebben geërfd van hun grootouders. Ze inspecteren rugzakken, zonnebrillen en drinkflessen met het zelfvertrouwen van een luchthavencontroleur. De richtlijnen zijn duidelijk: petjes en brillen veilig wegbergen. Mijn rugzak is niet interessant genoeg. Waarschijnlijk zat er te weinig eten in. Of te veel fotomateriaal. Verder bezoeken we een beschermd krokodillengebied en een guerrillakamp uit de Vietnamoorlog. Tussen de mangroves krijg je pas echt een idee hoe onvoorstelbaar moeilijk het leven hier destijds moet zijn geweest. Tijdens de Vietnam-oorlog zaten hier 1.000 Vietcong verstopt voor de Amerikaanse soldaten. Een handvol overleefde de oorlog. De helft van de 1.000 Vietnamese soldaten zijn nooit teruggevonden en dat was niet alleen de schuld van de Amerikaanse oorlogsmachine. Ook van de krokodillen.
Onze terugweg passeert langs een lokale markt. Met verse vis. Heel veel verse vis.
Ho Chi Minh City is geen stad waar je verliefd op wordt op het eerste gezicht. Ze toetert te luid. Ze rijdt te snel. Ze ruikt naar uitlaatgassen en vissaus. Maar geef haar een paar dagen. Plots steek je zonder verpinken een straat over. Maak je Vietnamese koffie alsof je nooit anders hebt gedaan. En besef je dat achter die ogenschijnlijke chaos een stad schuilt die leeft. Eerlijk en energiek.
Reactie plaatsen
Reacties